Verhaal van Isa Kriens

Isa Kriens (38) is jurist. Ze werd bekend door haar kritische stem over maatschappelijke thema’s rond vrijheid, zorg en geloof. Tegenwoordig spreekt ze in kerken en podcasts over ethiek, geloof en persoonlijke verantwoordelijkheid. In dit gesprek vertelt ze open over haar abortus en haar veranderde kijk op leven.

Hoe keek je vroeger naar abortus?

Ik was negentien toen ik zwanger raakte. Abortus was iets wat kon. Iedereen om me heen dacht er zo over. Ik dacht: dit is een medische ingreep, een oplossing voor een probleem. Het voelde aan als een klinische keuze. Als ik nu terugkijk, zie ik hoe onbewust ik was. Onnozel zelfs. Ik heb geen moment stil gestaan bij het feit dat er leven in mijn buik groeide, en dat als ik niets zou doen, daar een mens uit zou komen. Ja misschien eventjes, maar die gedachte drukte ik weg. Het werd gewoon een handeling die ik uitvoerde om een probleem op te lossen.  

Ik leefde destijds zonder God, zonder moreel kompas, en alles draaide om mijn eigen leven. “Ik moet nog studeren, werken, reizen. Een kind zou dat in de war schoppen. ” Het klonk rationeel, maar eigenlijk was het egoïsme. Ik zag het leven in mij niet als iets waardevols. Ik legde die link gewoon niet.

Wat herinner je je van de abortus?

Een van de pijnlijkste dingen die ik heb meegemaakt. De ingreep was onverdoofd. Dat kon toen nog. Na de ingreep kwam je op een kamer te liggen met anderen die net de abortus hadden gehad, om wat uit te rusten. Daar vroeg iemand snikkend aan mij hoe lang ik zwanger was geweest. Daar werd het heel eventjes echt. Maar pas jaren later, toen ik mijn eigen kind vasthield, drong het pas echt tot me door wat er gebeurd was.

Wat veranderde er toen je een paar jaar geleden christen werd?

Een paar jaar daarvoor, vond ik het al een rare gewaarwording dat mensen het recht op abortus aan het vieren waren. Waarom is het iets waar mensen voor juichen, of zien als overwinning? Het is toch sowieso heel verdrietig? Het is toch meer dan wel of geen “recht”? Toen ik tot geloof kwam kreeg ik zondebesef en heb ik de abortus beleden naar God.  Ik ga helemaal niet over leven en dood. Dat doet God. Mijn beoordelingskader is niet het eindstation. Ik zag dat ik iets had gedaan dat tegen Zijn orde in ging. Ik vond het zó erg. 

God is genadig en ik weet dat ik ben vergeven. Ik weet niet hoe ik hier anders mee had kunnen leven.

Hoe kijk je nu naar het debat over abortus?

Mij doet het nog steeds wel wat als het onderwerp weer langs komt. Ik praat er liever niet over, maar we hebben het over levens. Over kinderen. We moeten niet doen alsof dit een simpele kwestie van keuze is. Natuurlijk begrijp ik de angst en wanhoop die vrouwen kunnen voelen, maar juist daarom moeten we eerlijk zijn over de consequenties – emotioneel, fysiek en geestelijk.

Hoe ga je op een goede manier hierover in gesprek met mensen die er anders over denken?

Met bewogenheid voor zowel het ongeboren kind als de ouders die een abortus overwegen. Ik weet hoe het is om onbewust te zijn, om te leven zonder besef van wat heilig is. En om te denken dat het echt de enige oplossing is. Maar ik leg zelf de nadruk op het feit dat een baby in de buik ook een baby is. Feiten moeten weer feiten worden. Zodat als het erop aankomt, een moeder kiest over het laten leven van haar kind, of het doden van haar kind. Want dat is het. Laat de waarheid niet verdraaid worden. Maar laat de keuze echt aan de ander.  

Ik ben ook geen voorstander van een verbod. Ik zie niet dat dat gaat helpen. Echte verandering begint als je geweten gaat spreken en als je gaat leven zoals God het bedoeld heeft. Mensen moeten altijd blijven praten. Je moet elkaar niet bevechten. Je vecht voor het leven.

Denk je nog vaak aan wat er gebeurd is?

Er zit een gat in mijn hart. Er is iets gebeurd wat nooit had moeten gebeuren. Het komt regelmatig nog in mijn gedachten. Maar ik hou me echt vast aan de genade van God. . Zonder Hem zou ik vastzitten in schuld en verdriet. Nu is er nog wel verdriet, maar wel in vrede. En dankbaarheid dat ik zelfs mijn grootste fouten bij Hem mag brengen.