
Roos Sparreboom (29) zet zich in om jonge mensen op universiteiten te helpen het gesprek over abortus open en respectvol te voeren. Vanuit haar eigen zoektocht naar waarheid ging ze van pro-choice naar pro-life.
Hoe keek je vroeger naar abortus?
10 jaar geleden was ik overtuigd pro-choice. Zo was ik opgevoed. Abortus hoorde bij vrijheid en zelfbeschikking. Rond mijn twintigste begon dat te wringen. De argumenten die ik altijd had herhaald, klopten niet meer. Is dit nou een mensenleven of niet? Ik wilde een eerlijk antwoord.
Wat bracht dat besef op gang?
Mijn broertje overleed in de buik van mijn moeder toen ze bijna veertig weken zwanger was. Hij werd stil geboren. Dat was een schok voor ons gezin. We vierden zijn verjaardag, we gaven hem een naam. Hij was een persoon. Toen begon ik me af te vragen: waarom zou een kind van 24 weken dat dan niet zijn? Het voelde krom. Vanaf dat moment kon ik niet meer om de vraag heen: wanneer begint leven?
Dat werd versterkt doordat ik erachter kwam dat voor mijn moeder elke zwangerschap bijzonder risicovol was. Als je pro-choice bent, zou je kunnen zeggen kies dan voor een abortus, maar dan had mijn moeder dus kunnen kiezen om mij te verwijderen… Dat vond ik een lastig idee.
Hoe veranderde je denken daarna?
Ik ben echt gaan lezen, onderzoeken, luisteren naar beide kanten. Ik stond open voor het idee dat pro-choice gelijk kon hebben. Maar hoe meer ik leerde, hoe duidelijker het werd: elk argument dat zegt dat een ongeboren kind geen rechten heeft, gaat wat mij betreft niet op. Je kunt zeggen: je mag het leven in de buik beëindigen omdat het nog geen bewustzijn heeft, of pijn kan voelen of levensvatbaar is. Maar dat zijn criteria die je ook kunt toepassen op mensen die al geboren zijn en die nemen we het leven ook niet af.
Je ontwikkelt je niet tot mens, je ontwikkelt je als mens. Vanaf conceptie ben je iemand, niet iets.
Wat zeg je in moeilijke situaties, zoals verkrachting?
Dat het verschrikkelijk is, en dat we dat verdriet moeten erkennen. De moeder mag ook niet gedwongen worden om het kind op te voeden. Daar moet hulp voor zijn. Maar het kind is niet verantwoordelijk voor de daden van de vader. En trauma wordt niet weggenomen door abortus. We moeten vrouwen liefdevol begeleiden, nooit veroordelen. Het gaat niet om het winnen van een debat, maar om het helen van harten.
Hoe ga je in gesprek met mensen die anders denken?
Met respect. Pro-choice mensen zijn vaak enorm empathisch. Ze willen leed voorkomen. Dat waardeer ik. Maar die empathie moet er ook zijn voor het kind. Ik werk voor Pro-Life Europe. Wij richten studentengroepen op om het gesprek over abortus aan te gaan.
Ik probeer zelf altijd te beginnen met wat we delen: we willen dat vrouwen gesteund worden, dat kinderen niet in armoede opgroeien. Vanuit dat gedeelde verlangen kun je praten over verschillen.
‘Er is veel harde taal. Woorden als ‘moordenaar’ of ‘vrouwenhater’ helpen niemand. Ik geloof in een andere toon. Ik wil dat mensen voelen dat ik dit zeg uit liefde – ook voor hen. Je wint een hart niet met verwijt, maar met begrip.
Wat zou je jonge vrouwen willen meegeven?
Denk na over wat leven betekent. Niet omdat iemand het zegt, maar omdat jij het wilt begrijpen. Wanneer begint leven voor jou, en waarom? Als we echt geloven dat ieder mens waarde heeft, dan moet dat ook gelden voor wie nog niet geboren is. En het begint met één ding: elkaar met respect blijven zien, zelfs als we het oneens zijn.